← Alle posts
·De oprichter·testfase

Hoe ik leerde dat het ook anders kan

Een tijdje geleden ben ik uitgevallen op mijn werk. Geen dramatisch verhaal zoals je in boeken leest — gewoon een moment waarop het niet meer vanzelf ging. Het lichaam zei stop, en ik moest luisteren.

Ik werk in een vak waar ik in geloof, met mensen die ik waardeer, aan projecten die ertoe doen. Dus waarom dan?

Dat is de vraag die me de weken erna niet losliet. Ik dacht eerst dat het een antwoord had. Het bleek eerder een spiegel.

Niemand is schuldig

Het eerste wat ik moest loslaten was de reflex om iets aan te wijzen. Mijn werk is niet schuldig. Mijn klanten niet. Mijn collega's niet. En ikzelf ook niet — geen "zwak karakter", geen "te hoge ambitie". Zo simpel is het niet.

De drukte die ik voelde, was de optelsom van ontelbare kleine keuzes. Elke dag opnieuw, vaak onbewust. Nog een vergadering ertussen. Nog één mail voor het slapen. Een taak overnemen omdat het sneller was. Een app installeren die zou helpen. Een extra commitment omdat "het nu even kon".

Geen van die keuzes was op zich fout. Ze waren vaak zelfs redelijk. Maar samen — dag na dag, week na week — vormden ze een patroon dat ik niet had gekozen, maar wel leefde.

De filosoof Byung-Chul Han zegt het scherp: de prestatiemens buit zichzelf uit. Hij is dader en slachtoffer tegelijk. Dat kwam hard binnen. Want dat klopte. De drukte organiseren we zelf. Niemand anders doet het voor ons.

Wat de stilte liet horen

De weken van rust waren niet prettig. Geen mindfulness-ervaring, geen doorbraak, geen helderheid. Eerder: leegheid, onrust, schuldgevoel over niks doen, en heel veel onzichtbare dingen die omhoog kwamen zodra het lawaai wegviel.

Maar die stilte gaf me iets wat ik vergeten was: ruimte om te kijken.

En toen ik keek, zag ik dat ik veel meer keuze had dan ik dacht. Niet de grote keuzes — wel of niet werken, wel of niet doorgaan. Maar de kleine, dagelijkse. Welke vergadering eigenlijk niet hoeft. Welke mail kan morgen. Welke taak niet van mij is, maar ik op me nam omdat ik er goed in ben. Welk "ja" eigenlijk een "nee" had moeten zijn.

Keuzes die ik nooit expliciet maakte. Ze gebeurden gewoon. Omdat de default van deze tijd is: doe het maar. Zeg maar ja. Vink het af. Reageer snel. Blijf bereikbaar. Wees behulpzaam.

Pas toen er iets brak, zag ik dat ik ook anders had kunnen kiezen. En dat blíjven kiezen eigenlijk het punt is. Niet één grote "nee" — een duizend kleine "is dit echt nodig?"-momenten.

De tools die me niet hielpen

Ik ben zelden iemand met één systeem geweest. Ik heb ze allemaal geprobeerd. Echt allemaal.

Om eerlijk te zijn: toen ik ging turven, stopte ik bij vijftien.

Todoist. Things. TickTick. Any.do. Microsoft To Do. Notion. Obsidian. Evernote. OneNote. Google Keep. Trello. Asana. Trello opnieuw. Plus Outlook-vlaggetjes op mails zetten die ik later zou "afhandelen". Plus een paar bullet journals. Een paar pomodoro-timers. Morning pages. GTD-inboxen. Weekly reviews die na zes weken in de glijdbaan belandden.

En — dit is misschien wel het illustratiefste — op een gegeven moment ben ik mijn eigen systeem gaan bouwen met AI. Custom prompts, scripts die mijn agenda scanden, automatisch gegenereerde prioriteitenlijsten, een chatbot die me 's ochtends moest briefen. Het werd een project op zich. Het vroeg meer onderhoud dan het me opleverde. En ik kwam tot de conclusie dat ik een nog betere tool aan het bouwen was voor hetzelfde verkeerde probleem.

Want het probleem was nooit dat ik mijn taken niet op een rijtje kon zetten. Het probleem was dat ik niet meer wist wat écht belangrijk was.

Meer tools geven je geen tijd

Wat ik gaandeweg doorkreeg: elke nieuwe manier van structureren, elk systeem dat nóg efficiënter belooft te zijn, elke automatisering die tijd zou vrijmaken — ze geven je geen tijd terug. Ze geven je ruimte om meer te doen.

Dat is iets anders.

De winst verdwijnt in meer. Meer mails versturen in dezelfde tijd. Meer afspraken in je agenda passen. Meer projecten naast elkaar draaien. Meer notificaties die je kunt afvinken. Niet kwalitatief beter. Gewoon meer.

Een lege inbox gaf geen rust. Morgen stond hij weer vol. Een afgevinkte dag gaf geen voldoening — want de dingen die er écht toe deden bleven liggen. En een opgepoetst systeem met AI-ondersteuning verlegt de bottleneck alleen naar "welk systeem moet ik weer bijhouden".

Er is nog iets wreeds aan die lege-inbox-illusie: elke mail die jij stuurt, krijg je uiteindelijk weer terug. Een reactie. Een vervolgvraag. Een "nog even hierover nadenken". Voelt lekker je inbox leeg — en een paar uur later zit hij weer vol. Met jouw eigen echo. Je werkt niet door een stapel heen; je voedt hem.

Anders omgaan met mail

We moeten misschien stoppen om te doen alsof elke mail een actie vraagt. Dat is iets wat Mend niet zelf kan oplossen, maar waar hij je wel bij kan helpen: jij stelt de grenzen, Mend toetst of je eraan houdt.

Een simpele houding die kan helpen. Vraagt iemand expliciet om een reactie? Geef er een. Vraagt iemand niks concreet, en dient de mail jouw doel niet — klik 'm weg. Als het later blijkt te spelen, kom je het vanzelf wel tegen bij de koffieautomaat: "owja, over dat mailtje van gisteren..." Makkelijk toch? Even drie zinnen afhandelen, vaak sterker dan een uitgebreid antwoord dat weer twee vervolgmailtjes oplevert.

Jij vergeet toch ook wel eens wat boodschappen, zonder dat je wereld instort. Mailtjes missen is net zo normaal. De kwaliteit van je echte werk — het werk waar je verschil in maakt — wordt er niet minder van. Het wordt er juist beter van, omdat je aandacht beschermt blijft voor wat er écht toe doet.

En als iemand erg geïrriteerd wordt dat jij zijn mail links liet liggen? Dan is het misschien iets ánders wat jullie hadden moeten bespreken, niet die mail.

Waarom Mend

Dus we zijn Mend gaan bouwen. Niet omdat we dachten dat we een beter systeem konden maken. Omdat we niet meer nog een systeem wilden.

Geen todo-app. Een stille metgezel. Een plek waar je praat, waar je niet alles hoeft op te lossen, waar iemand meekijkt en af en toe vraagt: doet dit ertoe?

Mend werkt met rocks — de dingen die jij kiest als richting. Een kwartaaldoel. Een uitgangspunt ("ik werk niet meer in het weekend"). Al het andere dat langskomt, toetst Mend daaraan. Niet om te oordelen, maar om zichtbaar te maken waar je tijd heengaat.

Als een half uur durend telefoontje niks bijdraagt aan je rock, dan is dat prima. Maar het is wel een keuze. Misschien een goede, misschien niet. Mend zegt het niet — hij laat het zien.

En soms, niet vaak, legt Mend je iets voor om over na te denken. Een zin, een vraag, een klein duwtje. Geen advies, geen cursus. Gewoon iets om even bij stil te staan.

Niet voor iedereen

In Nederland zegt inmiddels zo'n 1 op de 5 werkenden burn-outklachten te hebben. De gemiddelde volledige hersteltijd bij een burn-out: 279 dagen. Dat zijn geen mensen met een zwak karakter. Dat is een systeem dat zichzelf leeg draait.

Mend lost dat niet op. Er is geen app die een cultuur verandert, of een werkweek korter maakt. Maar Mend kan je wél een plek geven waar je eerlijk kan zijn tegen jezelf, zonder dat er nóg een app bijkomt die vraagt om aandacht.

We zijn nu in testfase met een kleine groep. Rustig goed maken — met aandacht, niet met haast. Dat lijkt me passend, bij wat het moet worden. Als dit resoneert, laat het weten. Er wordt gewoon persoonlijk geantwoord.