Veel aan ons hoofd hebben
In een brein gevuld met 'open bestanden' springen onze gedachten van taak naar taak, van idee naar idee, zoals een aap van tak naar tak slingert. Boeddhisten noemen dat al eeuwen de 'monkey mind'. We noemen het gewoon druk zijn.
Maar druk zijn en ergens mee bezig zijn is niet hetzelfde. Je kunt een hele dag rennen en 's avonds niet meer weten waar je eigenlijk naartoe liep.
Het probleem is niet dat we te veel denken. Het probleem is dat we te weinig kwijtraken. Gedachten die blijven ronddraaien kosten energie, ook als je er niets mee doet. Een idee dat je niet opschrijft, een intentie die je niet vastzet — het blijft meedraaien op de achtergrond, als een app die je niet hebt afgesloten.
David Allen beschreef het in Getting Things Done al: je brein is slecht in opslaan, maar goed in verwerken. De oplossing is niet harder nadenken — het is dingen uit je hoofd krijgen en ergens neerzetten waar je ze kunt vertrouwen.
Wat helpt is niet minder denken. Het is denken op een plek zetten. Zodra iets uit je hoofd is en ergens staat, hoeft je brein het niet langer vast te houden. Dan komt er ruimte — niet voor meer taken, maar voor meer aandacht bij wat je al aan het doen bent.
Een doel stellen is in de kern dat: een gedachte uit je hoofd halen en er een richting aan geven. Niet ingewikkelder dan dat.
Mend is gebouwd op precies dat idee. Je zet iets neer, geeft het een richting, en je hoofd mag het loslaten.